Categorie archief: Verhalen

Pasta Carbonara

pasta_bacon_and_eggs_005

Ik was denk ik een jaar of 19, zwervend door Europa, toen ik mijn moeder even belde dat alles goed was. Hans, zei ze een beetje lachend, je moet in militaire dienst. Niet echt leuk nieuws dus… Maar Hans, je mag kiezen tussen Frankrijk en Nederland. Als je in één van die twee landen dient, is het over.

Tja, ik had natuurlijk al lang gehoord van het “hippie army”. Lekker met lang haar en aldoor met de beste shit blowend je tijd uitzitten… De keuze was dus snel gemaakt… Helaas kan ik mij van die tijd niet veel herinneren.

5fb8995c761aa2576091c00b8759ff60.jpg

Maar wel, tijdens dat telefoontje met mijn moeder, was ik in Italië. In Pompeiï om precies te zijn. Ik werkte daar als cameriere, kelner dus, in een restaurant tegenover de ruïnes. Niet echt geweldig, maar ik leerde de taal, ging op mijn vrije dagen naar Napoli, Sorrento, Positano, Amalfi en nog veel meer mooie plaatsen. Luizeleven dus…

positano
Positano

Wat mij bij is gebleven uit die tijd is de carbonara saus. Zo simpel, zo gedaan, maar wat lekker ! Je neemt twee eieren, daar gooi je 75 gram Parmezaanse kaas bij en roeren. Vijf draaien uit de pepermolen. Pasta opzetten, bij verse pasta meestal zo’n 6 minuten. Tegelijkertijd bak je zo’n 250 gram spekjes uit.  Als de pasta gaar is, afgieten, eimengsel erbij en klaar ! Let wel, de pasta en de spekjes moeten goed heet zijn. Door de hitte bindt het ei en de kaas samen tot een romige saus… Even het hoofd erbij dus.

Grazie per venire e grazie per andare !

Eet smakelijk !

 

 

Advertenties

Film noir ?

FilmCrew

Paris, Place de Clichy, daar stond ik. Voor mij, een complete Amerikaanse filmploeg. Ik was even van de kaart. Toen ik nog alles kon verzinnen wat ik zou willen worden, waren het drie dingen. Geluidstechnicus, filmmaker of fotograaf. Het werd het laatste, maar toch…

De lampen, de crew, de camera’s…  Zo professioneel, ik was verkocht. “Mag ik meedoen ? Ik ben fotograaf, ken Parijs erg goed en ik ben verliefd op wat jullie hier doen”. Even moeilijke gezichten, maar daarna een man die de “responsable” was… Ik mocht meehelpen, tegen een salaris van “0” euro. Dat laat je niet schieten natuurlijk.

11051961_793309347390832_5495372729477837468_n

We filmden in Montmartre, we filmden in de Marais, bij de Bastille en elke dag was ik erbij, vanaf 6.00h tot 24.00h. Ik mocht kabels sjouwen, troep opruimen en koffie halen. Nog minder dan een ‘gaffer’ dus. Ik vond het geweldig !

Hoe de film heette weet ik nog steeds niet, maar pas zag ik wat beelden die mij bekend voorkwamen. Het was een onderdeel van de serie “Crossing Lines”

Ik hoop dat jullie die serie hebben gezien, denk dan even aan mij en mijn “0” Euro.

crossing-lines-crimes-sans_6gq63_2ucko4

Met Hemingway in Montparnasse

1E

  10435127_701838456537922_8926526455786055980_n  door Harry de Jong

‘Rue de Fleurus, twee uur ‘s-nachts. Een taxi stopt voor de deur van nummer 27, het huis van Gertrude Stein. Twee mannen stappen uit, Gil Pender en Ernest Hemingway. Hemingway belt aan en even later wordt de deur geopend door een vrouw, Alice B. Toklas, huisgenote van Gertrude Stein. ‘Hallo, Alice, alles goed?’ vraagt Hemingway aan haar bij wijze van groet. Even later komen ze in de salon. Hemingway had Pender namelijk geadviseerd om Gertrude Stein eens de roman te laten lezen die Pender had geschreven.’

Bovengenoemd fragment komt uit de film ‘Midnight in Paris’ van Woody Allen. Een prachtige film waarin Hemingway een belangrijke rol speelt.

1B

Gedurende zijn ‘Parijse jaren’ bracht Hemingway veel tijd door in Montparnasse, hij woonde er, hij werkte er en ’s-avonds bezocht hij samen met zijn vrienden de aanliggende café’s.

Graag nodig ik jullie uit voor een wandeling door het Montparnasse (14e) van vandaag. Wij kunnen dan ook eens kijken of er misschien nog iets is blijven hangen uit de beruchte ‘Roaring Twenties’. ‘On y va?’

We beginnen onze wandeling op de boulevard Saint-Michel ter hoogte van de rue Soufflot (Panthéon). Nog een klein stukje verder over de boulevard en dan steken we over om de Jardin du Luxembourg in te gaan. Een park waar ook Hemingway graag kwam. Na een stukje gelopen te hebben, komen we bij de grote vijver. Daar slaan we linksaf. Nu kunnen we constant rechtdoor lopen tot we bij de zuidelijke uitgang komen. Onderweg passeren we enkele grasvelden waar het bij mooi weer goed toeven is.

05 (1)

Als we de uitgang zijn gepasseerd gaan we verder langs de avenue de L’Obervatoire. Houdt zoveel mogelijk de rechterkant aan. Vlak voordat je aankomt bij de boulevard du Montparnasse (de berg van Parnassus) komen we langs een merkwaardig standbeeld, namelijk het standbeeld van maarschalk Ney. Het maakt een beetje treurige indruk op mij. Maarschalk Ney was aanvoerder van het Franse leger in de slag bij Waterloo. Hoe het met dat leger is afgelopen, weten we allemaal. Bij terugkeer in Frankrijk was het op deze plek waar hij uiteindelijk werd gefusilleerd. Hemingway kwam, als hij uit zijn huis in de rue de Notre-Dame-des-Champs op weg was bijvoorbeeld naar de Jardin du Luxembourg en vice-versa, zo vaak langs het standbeeld dat hij er een band mee kreeg. Hij noemde maarschalk Ney zijn oude vriend.

07 (1)

We gaan de boulevard du Montparnasse op en we komen nu in een gebied, dat in de jaren twintig van de vorige eeuw woon- en leefgebied was van een generatie schrijvers, waarvan Ernest Hemingway de bekendste was. Deze generatie werd de ‘Lost Generation’genoemd. Als we verder lopen, is het Ernest Hemingway, die in onze gedachten met ons meeloopt en ons wat gaat vertellen over zijn leven in Montparnasse, bijna een eeuw geleden.

Na korte tijd bereiken we de Closerie des Lilas. Laten we maar even naar binnen gaan en ergens aan een tafeltje gaan zitten. We kunnen, net als Hemingway, een café crème bestellen. Het was zijn ‘thuiskroeg’, want hij woonde letterlijk om de hoek. Hij kwam hier ’s-morgens om te schrijven. Merkwaardig genoeg schreef hij niet over het leven in Parijs, wat je zou verwachten, maar over de omgeving waar hij geboren was in ‘Big Two Hearted River.’ ‘s- Middags en ’s-avonds sprak hij hier af met zijn vrienden of hij ging er eten met zijn vrouw op het terras.

We vervolgen onze weg langs de boulevard du Montparnasse. Na enige tijd komen we bij het grote kruispunt waar de boulevard du Montparnasse en de boulevard Raspail elkaar kruisen. Hier zien we een viertal cafés: La Rotonde, Le Select, La Coupole en le Dome. Allereerst gaan we naar binnen bij La Rotonde.

11 (2)

We gaan ergens zitten en bestellen wat. Onder het genot van een drankje komt Ernest Hemingway nu zelf aan het woord. Hij vertelt welke indruk La Rotonde op hem maakte toen hij pas in Parijs woonde: ‘Daar, rond de tafel van café La Rotonde, verzamelt zich een merkwaardig uitziende, zich vreemd gedragende mensensoort. Ze hebben allemaal zo hard gestreefd naar een nonchalante individualiteit van kleding, dat ze een soort uniforme exentriciteit hebben bereikt. Een eerste blik in het rokerige, hoge met tafels volgestouwde interieur van La Rotonde bezorgt je hetzelfde gevoel als in het vogelhuis van de dierentuin’.

Van de sfeer die heerste in de twintiger jaren is nu weinig meer over. Er zitten allemaal nette mensen, zoals je ziet. Een van Hemingway’s tijdgenoten schreef over café La Rotonde waar je heerlijke zuurkool kon eten. Het staat  nog steeds op de kaart…

Als we na enige tijd weer verder gaan, lopen we nog even langs café Le Select en café Le Dome. Over de mensen die in café Le Select kwamen, liet Hemingway zich ook niet erg positief uit: ‘De slechtheid en het collectieve instinct van de verzameling boeven bij café Le Select’. Over café Le Dome was hij beter te spreken: ‘Daar kwamen mensen die werkten’.

12 (1)

Omdat we toch in de buurt zijn, wil ik nog even gaan kijken bij La Coupole. La Coupole is eigenlijk het domein van commissaris Maigret (Maigret en de ter dood veroordeelde). Er is mij niet zo veel bekend over de bezoeken van Hemingway aan dit etablissement. Het enige dat ik hierover heb gelezen is dat hij er ooit eens heeft gedanst met Joséphine Baker…

Als we van La Coupole een eindje teruglopen en net voorbij café Le Dome rechtsaf slaan, komen we in de rue Delambre. Op nummer 10 is gevestigd de l’Auberge de Venise. In de tijd van Hemingway was daar de beroemde Dingo Bar, ontmoetingspunt in de twintiger jaren van schrijvers en artiesten. Hier was het dat Ernest Hemingway en Scott Fitzgerald, eveneens een Amerikaans schrijver, elkaar ontmoetten. De Dingo Bar vormde eveneens het decor voor de prachtige Amerikaanse speelfilm ‘The Last Time I Saw Paris’ met in de hoofdrollen Elisabeth Taylor en Van Johnson en gebaseerd op het verhaal van Fitzgerald ‘Babylon revisited’. Werkelijk een groot drama…

Bron: ‘Met Hemingway in Parijs’ van Noël Riley Fitch. Aanbevolen lectuur: ‘A moveable feast’ van Ernest Hemingway. Alle kleurenfoto’s Harry de Jong.

De man die de Eiffeltoren verkocht

005

Victor Lustig (Hostinné, Tsjechië, 4 januari 1890 – Springfield (Missouri), 11 maart 1947) is een van de beroemdste oplichters ooit. Hij is vooral bekend doordat hij de Eiffeltoren wist te verkopen en Al Capone wist op te lichten. Lustig had twee belangrijke trucs. Ten eerste wist hij zijn slachtoffers zo te manipuleren dat ze hem vaak benaderden in plaats van dat hij op hen afstapte en ten tweede bracht hij zijn slachtoffers in een dusdanige situatie dat ze geen aangifte deden, ofwel uit angst voor gezichtsverlies of doordat ze zelf ook fout waren.

Hij begon zijn carrière op verschillende oceaanlijners tussen de Verenigde Staten en Europa. Aan boord verkocht hij machines waarmee vals geld gemaakt kon worden. Deze machines werkten niet, maar wanneer de koper daarachter kwam was Victor reeds van boord. Deze truc zou hij later nog vaak herhalen.

Rond 1925 deden in Parijs geruchten de ronde dat het stadsbestuur de Eiffeltoren wilde laten afbreken. De toren was oorspronkelijk als tijdelijk bouwwerk bedoeld, voor de wereldtentoonstelling van 1889, het was tot dan toe een omstreden bouwwerk geweest en het had ook nog achterstallig onderhoud. Lustig benaderde zes schroothandelaren en deed zich voor als ambtenaar die de Eiffeltoren namens het stadsbestuur zou gaan veilen. De veiling zou anoniem en in het geheim plaatsvinden om op die manier zo weinig mogelijk ruchtbaarheid aan de situatie te geven. De uiteindelijke koper moest een voorschot van 250.000 Franse frank betalen.

De koper kreeg echter argwaan. Lustig loste dit op door om smeergeld te vragen en zo te doen alsof hij een corrupte (maar echte) ambtenaar was. Hierdoor leek de hele transactie opeens weer geloofwaardiger waardoor de transactie alsnog doorging. Toen de koper later ontdekte dat deze opgelicht was heeft hij geen aangifte gedaan. Zes maanden later haalde Lustig de truc nog een keer uit. Deze keer ging de potentiële koper wel naar de politie, nog voor de transactie plaatsvond. Lustig kon ternauwernood aan arrestatie ontsnappen.

Later benaderde Lustig Al Capone met het voorstel om 50.000 dollar te investeren. Lustig zou het bedrag in twee maanden verdubbelen. In werkelijkheid bewaarde hij het geld gewoon in een kluisje bij de bank. Na twee maanden keerde hij terug en maakte zijn excuus aan Capone. De verdubbeling was niet gelukt. Capone had waarschijnlijk verwacht dat Lustig het geld niet meer terug zou betalen maar tot zijn verbazing legde Lustig gewoon 50.000 dollar op tafel. Onder de indruk van Lustigs eerlijkheid gaf Capone hem 5.000 dollar cadeau. Het was Lustig al die tijd om de 5.000 dollar te doen.

In 1930 zette Lustig samen met een chemicus een drukkerij voor vals geld op. Op 10 mei 1935 werd Lustig gearresteerd op beschuldiging van valsmunterij. Hij wist uit zijn gevangenschap te ontsnappen maar werd toch weer opgepakt. Hij bekende schuld en werd veroordeeld tot 20 jaar cel. Hij zou de rest van zijn leven in de gevangenis van Alcatraz doorbrengen. Op 11 maart 1947 stierf hij aan een longontsteking.

Bron: Wikipedia. Foto’s Hans de Jong

IMG_8378

Il est cinq heures

verona-multe-chi-sfama-barboni

Il est cinq heures. Ik lig in mijn bed. Ik wil slapen, want slapen doe je ’s nachts. Ik draai naar links, op mijn rug even en dan naar rechts. Ik denk aan mijn werk, mijn relatie, aan de rekeningen die ik nog moet betalen, ik kan niet slapen.

Op dat moment woonde ik aan een avenue die parallel loopt aan de Seine in Parijs, de avenue de Versailles.  Wat kun je dan doen? Ik ging naar Abdel, de eigenaar van “La Perle de Versailles” voor de oplossing. Abdel is 24 uur per dag open. Waarom ? Dat vroeg ik hem ook. ‘Omdat je iedere nacht idioten hebt die denken mooie vrouwen te versieren met een fles champagne die ik hier in de koeling heb staan. Dan komen ze met een taxi langs en nemen ze flessen champagne mee…’

‘Oh zo, doe mij maar een klein flesje rood.’ ‘Kun je weer niet slapen ? ‘ Vroeg Abdel. ‘Nee, even niet.’ Abdel had een klein ding niet begrepen, zijn “parfum d’amour” kon je op afstand ruiken.

Paris_CGPompidou_Day3NaMi-207e

Ik liep naar de Seine, naar de kade. Daar heb je ze. In de holtes onder de bruggen slapen ze. Ze zijn het probleem van Parijs en niemand wil iets met ze te maken hebben. Je raadt het al, het zijn de “clochards”.

Ik had zoiets van niets aan de hand dus ik riep ‘Ça va vous ?’ ‘Oui !, hoorde ik  ‘Et vous ?’  Tja, dacht ik, midden in de nacht, kan niet slapen, kutbui, dus ik antwoorde ‘Pas trop’ !

‘Venez’ zei de stem onder de brug. We deelden mijn en zijn wijn en hadden prachtige gesprekken. Ik heb niet meer geslapen, maar heb die nacht een vriend gevonden en ik zie hem nog steeds.

Denk met Noël even aan deze mensen. Ik ben er ook één geweest…

Pour écouter et regarder !

Nationaal-Archief-Clochard-overnacht-onder-brug-in-Parijs-French-tramp-spending-the-night-under-a-bridge-in-Paris-1365323578

 

Louis Blériot

BleriotXILouisBleriot
Louis Blériot

Een mooie plek om te wonen in Parijs is niet “dans la rue” maar “sur le quai” De Quai Louis Blériot ligt in het 16e arrondissement, aan, je raadt het al, de Seine. Met La Tour aan de linkerkant als uitzicht. Voor een kade aan de Seine een vrij rustige buurt en wonen op stand. Maar wie was die Louis Blériot eigenlijk ?

Quai Louis Bleriot
A gauche le quai Louis Blériot

Louis Charles Joseph Blériot, Cambrai, 1 juli 1872 – Parijs, 2 augustus 1936) was een Frans luchtvaartpionier.

Op 25 juli 1909 was hij de eerste die met een vliegtuig over het Kanaal vloog. Zijn vlucht van Calais naar Dover over een afstand van circa 45 km duurde slechts 37 minuten. De Londense Daily Mail had £1000,- uitgeloofd voor diegene die als eerste het Kanaal zou overvliegen; daardoor aangespoord ontwierp Blériot zijn vierde eendekkertoestel, de Blériot XI, die 25 pk leverde met een driecilindermotor, de Anzani-W-3 motor.

Lavion-de-Louis-Bleriot
Blériot V

Blériot had al vroeg interesse in de luchtvaart en bouwde in 1900 een toestel dat via een motor de vleugels ervan op en neer bewoog. Zoals alle andere pioniers faalde ook hij in zijn pogingen om hiermee te vliegen.

Toen motoren met een kleiner gewicht beschikbaar kwamen, was Blériot de eerste die een succesvolle eendekker bouwde: de Blériot V. Bij dit vliegtuig bevond de staart zich vóór de cockpit. Het vloog voor het eerst in 1907 maar stortte niet veel later neer en hij werkte niet verder aan dit ontwerp. Vanaf 1908 had hij daarvoor ook zijn eigen vliegtuigmerk opgezet, te weten Blériot Aéronautique.

billet-avion-louis-bleriot-016

Nadat hij een Europees record (de prijs Mahieu) had gevestigd waarbij hij 36 minuten en 55 seconden in de lucht was gebleven, had hij genoeg durf vergaard en klaarde de oversteek. De Fransen waren enthousiast, terwijl de Britten beseften dat ze vanaf dan hun “splendid isolation” kwijt waren en in de verdere toekomst kwetsbaar zouden zijn voor luchtaanvallen.

Blériot bleef zich toeleggen op aeronautische ontwerpen en techniek. Hij werd voorzitter van de Société des Appareils Deperdussin in 1914, die later de naam Société Pour Aviation et ses Dérives (SPAD) kreeg. Hij slaagde erin van deze firma een van de voornaamste Franse fabrikanten van gevechtsvliegtuigen te maken. Tijdens de Eerste Wereldoorlog bouwde SPAD meer dan 5600 vliegtuigen voor Frankrijk en exporteerde naar Groot-Brittannië en andere landen.

Van 1919 tot 1923 maakte hij ook nog de Blériot motorfietsen.

Dus de volgende keer als je slenterend over de Quai Louis Blériot loopt, weet je wie het was…

images(bron Wikipedia)

 

Béziers, Ville de ma jeunesse

ord river, beziers, france

Na wat omzwermingen en een tijdje op Corsica te hebben gewoond, kwamen we terecht in Béziers. Op 96 Avenue Jean Constant om precies te zijn. Ik denk dat ik een jaar of 12 was, want ik ging direct naar Lycée Paul Riquet. Grijs jasje aan, want dat hoorde zo. Geen onderscheid in klasse.

De dictées maakte ik altijd goed. Vaak ging het over de sluwe vos Renard en vaak wist ik ook niet wat het woord wat ik moest opschrijven betekende. Ik had naast mij een velletje extra papier en daarop schreef ik het woord wat ik zojuist had gehoord en keek dan hoe het “stond”. Als ik dacht, dat moet kloppen, schreef ik het in het “net” Ik kreeg altijd een voldoende.

zbqMHjscObw9CtYJIa36LzvccDQ

Toen ik 14 werd, kreeg ik van mijn vader een brommer. Niet zomaar een brommer, nee, mijn vader had smaak ! Een heuse Solex met handremmen en verwijderbare, van het voorwiel af te halen motor. Mon dieu ! Zei ik vrolijk. Maar mijn moeder kwam tussenbeide en zei: “Hans, zolang je nog niet vloeiend Frans spreekt wil ik geen vloek horen ! T’as compris ? Ik vloek nu nog steeds niet. Het woord “Merde”is dan ook voor mij niet gewoon. Zelfs niet in Paris.

IMG_8617

Béziers, ah Béziers… Prachtige stad. Wij woonden aan de voet van de stad. Achter ons was een kleine wijngaard, waar ik elk jaar meewerkte aan de oogst. Na een dag werken kreeg ik, behalve wat salaris, ook 2 flessen wijn mee, wat mijn ouders wel konden waarderen. Ik verdiende mijn eerste camera, een Polaroid, want geduld heb ik nooit gehad en nu nog steeds niet.

1233615_547604395294663_1546357239_n

In de avond, zo na het eten, pakte ik vaak mijn stoere brommer om omhoog te klimmen naar de Cathedrale de St. Nazaire en van het uitzicht te genieten. Een rustpunt, soort afsluiting van de dag.

images

Later ging ik plaatsen ontdekken. Sète, Valras, Serignan, Marseillan, Cap d’Agde… allemaal op mijn trouwe Solex…

Mijn moeder is naar Sète verhuisd en daar ook begraven. Oui, j’aime le sud. Later een stukje over Béziers zelf, want er is nog zoveel te ontdekken, à découvrir !

A plus !

Les-Fables-de-Jean-La-Fontaine